Incidenteel fiscaal voordeel

 
Printervriendelijke versie

Een bv die de statuten wijzigt om haar boekjaar te wijzigen en dit een jaar later als het ware terugdraait, waardoor langer geprofiteerd kon worden van overgangsrecht, was uit op het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel.

Een bv, die handelt in onroerende zaken, wijzigt eind 2003 haar statuten om het boekjaar te wijzigen. Het boekjaar loopt vanaf dat moment van 1 december tot 30 november. In november 2004 worden de statuten opnieuw gewijzigd om het boekjaar weer gelijk te laten lopen met het kalenderjaar. Vastgelegd is dat het boekjaar loopt van 1 december 2003 tot en met 31 december 2004. Aan de bv zijn voor de jaren 2004 tot en met 2007 aangiftebiljetten Vpb uitgereikt maar alleen het biljet voor 2006 op tijd ingediend. Uiteindelijke worden voor de jaren 2004, 2005 en 2007 ambtshalve (navorderings)aanslagen Vpb opgelegd. De aangiften voor de jaren 2004, 2005 en 2007 worden tijdens de bezwaarfase ingediend.
De navorderingsaanslag Vpb over 2004 is volgens de bv niet terecht omdat er sprake is van een lang boekjaar (1 december 2003 tot en met 31 december 2004) en niet van een boekjaar 2004. Volgens de inspecteur is het boekjaar echter alleen gewijzigd om incidenteel fiscaal voordeel te behalen. Door het boekjaar in 2003 te laten beginnen kon er langer worden geprofiteerd van overgangsrecht. Voor lichamen in de woningbouw gold overgangsrecht (winst werd voor de heffing van Vpb alleen in aanmerking genomen als zij meer bedroeg dan een bepaald percentage van het gestorte kapitaal/inleggelden), dat is beëindigd met boekjaren die aanvingen per 1 januari 2004. De rechter vindt het aannemelijk dat de bv de intentie had om een incidenteel fiscaal voordeel te behalen omdat de statutenwijziging in 2003 in het jaar daarop weer ongedaan wordt gemaakt. Hierdoor is er één lang boekjaar. De verklaring van de bv voor de statutenwijziging is niet toereikend om de rechter op andere gedachten te brengen.

Bron: Hof Amsterdam 08-06-2017